Hoe geef ik leiding op een manier die bij mij en mijn team past?
Goed leidinggeven vraagt niet dat je één leiderschapsstijl kiest en die altijd toepast. Het vraagt dat je weet wat van nature bij jou past, ziet wat er in je team gebeurt en bewust kiest welk gedrag op dat moment nodig is. Soms geef je duidelijke richting, soms stel je vooral vragen en soms laat je het team zelf beslissen. Door verschillende leiderschapsstijlen te gebruiken zonder gedrag te kopiëren dat niet bij je past, kun je flexibel leidinggeven en toch herkenbaar blijven als leider.
Waarom is dit lastig?
Je hebt waarschijnlijk een manier van leidinggeven ontwikkeld die vertrouwd voelt. Misschien geef je mensen graag veel vrijheid omdat je zelf ook het beste werkt met autonomie. Misschien ben je juist gewend om snel duidelijkheid te scheppen en knopen door te hakken. Dat kan goed werken, totdat je team iets anders van je vraagt. Een conflict blijft liggen, een nieuw team zoekt richting of ervaren collega's willen juist meer invloed op beslissingen.
Dan ontstaat een lastige spanning. Pas je je voortdurend aan je team aan, dan kun je het gevoel krijgen dat je een rol speelt. Blijf je altijd doen wat voor jou natuurlijk voelt, dan kan jouw aanpak tekortschieten. Situationeel leiderschap betekent dat je bewust verschillende manieren van leidinggeven inzet, afhankelijk van wat de situatie en je team op dat moment vragen. Het gaat om je gedragsrepertoire vergroten, zodat je kunt schakelen zonder je eigen waarden en kwaliteiten uit het oog te verliezen.
Wat gaat er vaak mis?
Bij het zoeken naar een passende manier van leidinggeven komen een paar valkuilen vaak terug.
- Je maakt van je voorkeursstijl de standaard: omdat een bepaalde aanpak voor jou prettig en vertrouwd voelt, gebruik je die ook wanneer je team iets anders nodig heeft. Veel vrijheid kan bijvoorbeeld onduidelijkheid veroorzaken als een team juist behoefte heeft aan richting.
- Je verwart authenticiteit met altijd hetzelfde reageren: je wilt trouw blijven aan jezelf en verandert daarom weinig aan je aanpak. Toch kun je heel verschillend handelen en nog steeds vanuit dezelfde waarden leidinggeven.
- Je neemt te snel over als het spannend wordt: bij tijdsdruk of een conflict ga je zelf beslissen, oplossen of controleren. Dat geeft op korte termijn rust, maar kan voorkomen dat het team zelf leert omgaan met verantwoordelijkheid en verschil van mening.
- Je kijkt vooral naar individuele medewerkers: leidinggeven aan een team vraagt meer dan één op één afstemmen. Ook onderlinge verhoudingen, informele rollen, conflicten en gezamenlijke afspraken bepalen welk leiderschap nodig is.
Wat kun je doen?
1. Onderzoek welk leiderschapsgedrag je automatisch laat zien
Kijk eerst naar wat jij doet wanneer je niet bewust over je leiderschapsstijl nadenkt. Neem je snel een besluit als een overleg vastloopt? Geef je liever ruimte en wacht je af tot het team zelf met een oplossing komt? Vermijd je een stevig gesprek om de relatie goed te houden? Vraag ook eens aan collega's wat zij bij jou herkennen. Juist onder druk wordt je voorkeursstijl vaak zichtbaar. Onderzoek vervolgens wat die stijl je oplevert en waar hij je beperkt. Zo ontdek je niet alleen welk type leider je denkt te zijn, maar welk gedrag anderen daadwerkelijk van je ervaren. Dat geeft je een concreet vertrekpunt om andere manieren van leidinggeven te oefenen.
2. Kijk naar wat het team als geheel van je vraagt
Een team kan in verschillende situaties iets anders van jou nodig hebben. Een nieuw samengesteld team heeft bijvoorbeeld baat bij duidelijke rollen, verwachtingen en besluitvorming. Een ervaren team dat goed samenwerkt kan juist meer verantwoordelijkheid dragen. Bij een sluimerend conflict helpt extra vrijheid meestal niet. Dan kan het nodig zijn om het verschil van mening expliciet op tafel te leggen en afspraken te maken over hoe mensen samenwerken. Kijk daarom vóór je ingrijpt naar wat er werkelijk speelt: is er onduidelijkheid over richting, botsen belangen, ontbreekt eigenaarschap of wacht iedereen op jouw besluit? Door eerst de situatie te onderzoeken kun je gerichter bepalen welke vorm van leiderschap nodig is.
3. Verander je aanpak zonder je uitgangspunten los te laten
Flexibel leidinggeven betekent niet dat je bij iedere situatie een andere persoonlijkheid aanneemt. Maak onderscheid tussen je waarden en je gedrag. Misschien vind je vertrouwen belangrijk. Bij een zelfstandig team kan dat betekenen dat je een besluit volledig bij hen laat. Bij een team dat vastloopt kan dezelfde waarde juist betekenen dat je duidelijke kaders stelt en vervolgens ruimte geeft om daarbinnen zelf keuzes te maken. Je gedrag verandert, je uitgangspunt niet. Probeer daarom bewust verschillende leiderschapsstijlen uit en kijk naar het effect. Zo ontwikkel je meer mogelijkheden om te handelen terwijl collega's nog steeds weten waar ze bij jou aan toe zijn.
Een voorbeeld uit de praktijk
Een teamleider geeft haar team graag veel vrijheid. Ze wil niet voortdurend controleren en verwacht dat ervaren collega's problemen samen oplossen. Tijdens een druk project merkt ze alleen dat besluiten blijven liggen. In vergaderingen worden dezelfde punten opnieuw besproken en na afloop is niet duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is.
In plaats van het werk zelf over te nemen, verandert ze tijdelijk haar aanpak. Aan het begin van het volgende overleg benoemt ze welke drie besluiten die middag nodig zijn. Ze maakt duidelijk wie waarover beslist en vraagt het team per onderwerp tot een concreet voorstel te komen. Waar discussie blijft hangen, vraagt ze: "Wat hebben jullie nodig om hier vandaag een keuze in te maken?"
Ze geeft dus meer richting dan normaal, maar neemt de inhoudelijke keuzes niet automatisch over. Het team weet weer waar het aan toe is en kan binnen die duidelijkheid zelfstandig verder. Haar vertrouwen in het team blijft hetzelfde, haar gedrag als leidinggevende verandert.
Reflectievraag
Sta eens stil bij een recente situatie waarin je team niet reageerde zoals je had verwacht. Door naar je eigen aandeel te kijken ontdek je waar je meer kunt variëren in je leiderschap.
Welk gedrag laat jij als leidinggevende meestal automatisch zien en in welke situatie vraagt jouw team juist om iets anders van je?
Veelgestelde vragen
Welke leiderschapsstijl past het beste bij mij?
Er bestaat niet één leiderschapsstijl die in iedere situatie het beste bij je past. Het helpt om te onderzoeken welk gedrag voor jou vanzelfsprekend is, welke waarden daaronder liggen en wat het effect daarvan is op anderen. Vervolgens kun je je repertoire uitbreiden met gedrag dat minder vanzelfsprekend voelt, maar in bepaalde situaties wel effectief is.
Wat is situationeel leiderschap?
Situationeel leiderschap betekent dat je jouw manier van leidinggeven bewust aanpast aan wat een specifieke situatie vraagt. De ene keer geef je meer richting en structuur, de andere keer begeleid je, overleg je of geef je verantwoordelijkheid uit handen. Het doel is niet voortdurend van stijl wisselen, maar passend kunnen handelen.
Hoe weet ik wat mijn team van mij nodig heeft?
Kijk niet alleen naar resultaten, maar ook naar wat er in de samenwerking gebeurt. Blijven besluiten liggen, zijn rollen onduidelijk, lopen spanningen op of komt het team nauwelijks zonder jou in beweging? Bespreek wat je ziet met je team en vraag wat zij nodig hebben om hun gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen.
Kun je verschillende leiderschapsstijlen combineren?
Ja. In de praktijk gebruik je vaak verschillende vormen van leiderschap naast elkaar. Je kunt bijvoorbeeld duidelijke kaders stellen voor een project en het team binnen die kaders zelf keuzes laten maken. Juist het bewust combineren van richting, ondersteuning en ruimte maakt je flexibeler als leidinggevende.
Hoe blijf je jezelf als je jouw leiderschapsstijl aanpast?
Door niet alleen te kijken naar wat je doet, maar ook naar waarom je het doet. Je kunt vanuit dezelfde waarden soms ruimte geven en op een ander moment stevig begrenzen. Je gedrag verandert dan met de situatie, terwijl de uitgangspunten achter je leiderschap herkenbaar blijven.
Ontwikkel jezelf bij de Baak
Weten dat je anders wilt leidinggeven is iets anders dan het ook kunnen wanneer een overleg vastloopt, een conflict ontstaat of je onder druk een beslissing moet nemen. Juist door te oefenen met je eigen situaties ontdek je welke leiderschapsstijlen je al gemakkelijk inzet en waar je jezelf verder kunt uitdagen. In de training Management van Mensen onderzoek je jouw manier van leidinggeven en maak je kennis met onder meer situationeel leidinggeven, communicatie, beïnvloeding, conflicten en teamrollen. Je oefent met situaties uit je eigen werk en onderzoekt hoe je kunt meebewegen zonder jezelf te verliezen. Zo ontwikkel je een manier van leidinggeven die niet alleen past bij wat je team nodig heeft, maar ook bij wie jij als leidinggevende bent.